Eén van de bijzondere rondleidingen die gekozen kon worden tijdens het Artrose Gezond café van 1 en 6 oktober 2026 was het kraakbeenlab. In een laboratorium dat normaal gesloten blijft voor bezoekers, namen onderzoekers Anne Flier en Reimer Wolff de deelnemers mee in de wereld van kraakbeen- en artroseonderzoek.
Onderzoek in kraakbeen als geheel
Reimer vertelde over zijn onderzoek naar de invloed van ontsteking en belasting op kraakbeen. In het lab wordt de koe gebruikt als modeldier. Het kraakbeen en de krachten die op het gewricht van de koe staan, zijn vergelijkbaar met die bij mensen. Bovendien kan uit menselijke knieën geen stuk bot plus kraakbeen gehaald worden, daarom boort Reimer stukken bot met daarop kraakbeen uit het pootgewricht van een koe. De poten zijn overblijfselen van de vleesindustrie en kunnen op deze manier nuttig gebruikt worden. De kraakbeenstukken worden in het laboratorium in een apparaat gestopt dat op de kraakbeenstukken drukt. Door de drukbeweging aan te passen, kan het lopen van mensen worden nagebootst. Om te onderzoeken wat het effect is van ontsteking, voegt Reimer aan de helft van de kraakbeenstukken ontstekingsstoffen toe tijdens het belasten. Hiermee kan hij onderzoeken hoe het kraakbeen reageert. Met behulp van een microscoop kan hij zien welke veranderingen in het kraakbeen zelf optreden. Ook kan hij zien op welke plek in het kraakbeen dit gebeurt.
Zelf kijken door de microscoop
Alle bezoekers mochten zelf ook door de microscoop kijken om het kraakbeen van dichtbij te zien. Het viel de mensen op dat er maar weinig cellen in het kraakbeen zitten en dat het kraakbeen van nature best dun is. Dit vonden zij erg fascinerend!
Onderzoek in de individuele cellen van het kraakbeen
Anne richt zich juist op de individuele kraakbeencellen van het kraakbeen. Zij onderzoekt specifiek of er een relatie zit tussen de reactie van de kraakbeencel op beweging en de DNA-code (genen). Omdat kraakbeen in mensen erg lastig aangroeit, kan ze niet zomaar kaakbeen van mensen onderzoeken. In plaats daarvan gebruikt ze stamcellen van ongeveer negentig verschillende mensen. Deze stamcellen worden door Anne aangestuurd om zich te ontwikkelen tot kraakbeencellen. Anne liet de kraakbeencellen zien en het viel de bezoekers op hoe klein kraakbeencellen zijn! Om al deze cellen tegelijk te bewegen, laat Anne de cellen hechten aan een kweekschaaltje met een flexibel membraan. Als dit flexibele membraan wordt opgerekt, dan worden de cellen die erop zitten meegerekt. Zo kan Anne heel specifiek alle cellen tegelijk evenveel rekken; iets wat in een gewricht of een heel stuk kraakbeen lastiger is omdat niet alle cellen altijd evenveel worden belast. Daarna analyseert Anne alle cellen één voor één en kijkt ze in de cel welke stoffen de cel is gaan maken. Verder kan ze met behulp van DNA achterhalen van welke persoon een specifieke reactie afkomstig is. Zo kan ze onderzoeken waarom kraakbeencellen van de ene persoon anders reageren op belasting dan die van een andere persoon. De analyse van de resultaten is nog in volle gang, maar Anne noemde al dat persoonlijke eigenschappen, zoals de specifieke code die in het DNA staat, mogelijk een grotere rol spelen dan het type belasting zelf.
Mogelijk toekomstbeeld
Anne schetste een (ver) toekomstbeeld waarin mogelijk met een eenvoudige bloedafname het DNA van een persoon in kaart gebracht kan worden. Zo kan worden voorspeld welke sport iemand kan beoefenen om de kraakbeencellen gezond te houden. Dit onderzoek kan helpen om mensen met artrose uiteindelijk persoonlijke bewegingsadviezen te kunnen geven.

Onderzoek, interactie en persoonlijke ervaringen
Wat deze labtour bijzonder maakte, was de combinatie van onderzoek, interactie en persoonlijke ervaringen. Bezoekers kregen niet alleen inzicht in het werk van de onderzoekers, maar konden de gebruikte technieken ook van dichtbij bekijken en hun eigen vragen en ervaringen delen.
Auteurs van dit artikel: Anne Flier, Reimer Wolff, Anja Roelofsen.
Publicatiedatum: 30-10-2026