Onderzoekslaboratorium PET-MRI

Bezoekers van het Artrose Gezond Café op 1 en 6 oktober 2026 konden zich inschrijven voor een exclusieve rondleiding in één van de onderzoekslaboratoria in het Erasmus MC. Een bijzondere ervaring, want deze labs zijn doorgaans alleen toegankelijk voor onderzoekers. De rondleiding in het PET-MRI-lab trok veel belangstelling.

Een blik op de PET-MRI
In een ruimte naast de PET-MRI vertelde onderzoeker Niels Dur over deze medische beeldvormingstechniek. Omdat de MRI een zeer sterk magneetveld gebruikt, bleef de deur naar de scanruimte dicht. Via een raam konden de bezoekers van de labtour wel een blik werpen op het apparaat. Aan de hand van afbeeldingen legde Niels uit hoe de PET-MRI werkt en hoe deze wordt gebruikt in onderzoek naar knieartrose.

Het kniegewricht in beeld
Een MRI kan gedetailleerde driedimensionale beelden van de knie maken. In tegenstelling tot een röntgenfoto zijn daarbij niet alleen de botten zichtbaar, maar ook structuren zoals kraakbeen, pezen en andere zachte weefsels. Een MRI laat een momentopname zien van het kniegewricht terwijl iemand stil ligt. Verschil met het MOBI-lab is dat bij het MOBI-lab wordt onderzocht wat er tijdens beweging in het gewricht gebeurt door gebruik te maken van röntgenfilmpjes.

Twee technieken: PET en MRI
Een scan duurt ongeveer negentig minuten. Tijdens het onderzoek liggen deelnemers op hun rug in het apparaat. Rond de knieën wordt een MRI-spoel geplaatst, waardoor de benen zo stil mogelijk blijven liggen en er een goed beeld gemaakt kan worden. Zoals de naam al zegt bestaat de PET-MRI uit een MRI en een PET. De MRI is de scanner die gedetailleerde beelden van de knie maakt. De PET maakt gebruik van een radioactief gemerkte stof die via een infuus wordt toegediend. Deze stof wordt opgenomen in gebieden waar veel botactiviteit plaatsvindt. Hierdoor kunnen onderzoekers niet alleen de botten zelf in beeld brengen, maar ook zien waar botvernieuwing en botactiviteit plaatsvinden. Mensen die in de PET-MRI worden onderzocht krijgen niet alleen een infuus met een radioactieve stof, maar ook een infuus met een contrastmiddel. Deze laatste stof verspreidt zich via het bloed, waardoor de doorbloeding van het gewricht zichtbaar wordt. Omdat bij ontstekingen de doorbloeding vaak verhoogd is, kunnen onderzoekers ook de ontstekingsactiviteit in het gewricht onderzoeken.

Op zoek naar vroege veranderingen bij artrose
Met de PET-MRI kan bovendien naar de samenstelling van het kraakbeen worden gekeken. Die samenstelling kan al veranderen voordat op een gewone scan duidelijke kenmerken van artrose zichtbaar zijn. Ook veranderingen in de botactiviteit kunnen al in een vroeg stadium optreden. Hierdoor helpt de PET-MRI onderzoekers om beter te begrijpen hoe artrose ontstaat en zich ontwikkelt.

Bezoekers delen hun ervaringen
Tijdens en na de uitleg over de PET-MRI was er veel ruimte voor vragen aan Niels, wat zorgde voor een open en interactieve sfeer. Verschillende bezoekers hadden zelf deelgenomen aan het LoaD-project en deelden hun ervaringen met MRI-onderzoek. De deelnemers aan het LoaD-project hebben niet in deze PET-MRI-scanner gelegen, maar in een MRI-scanner op een externe locatie. Al met al gaf de labtour de bezoekers een goed beeld van hoe de PET-MRI werkt en hoe het deze onderzoekers helpt om artrose beter te begrijpen.

Auteurs van dit artikel: Anja Roelofsen en Niels Dur.
Publicatiedatum: 30-10-2026